Otto Rahn (Dutch) | Otto Rahn Memorial
Syndicate content Syndicate content

Otto Rahn (Dutch)

Otto Rahn

Otto Rahn werd geboren in Michelstadt (Odenwald) op 18 februari 1904. Na zijn middelbare studies (en de eerste wereldoorlog) trekt hij naar de universiteit waar hij aanvankelijk rechten studeert. Maar al spoedig gaat zijn belangstelling uit naar de literatuur en laat hij zich inschrijven aan de faculteit der letteren in Heidelberg. Zijn droom is literair recensent te worden voor een krant of tijdschrift.

Als muziekliefhebber dweept hij met Wagner. Diens "Parsifal" brengt hem in contact met de graallegenden en hun Duitse auteur Wolfram von Eschenbach. Die studie zal hem nooit meer loslaten.

Von Eschenbach baseerde zijn "Parzival" grotendeels op een werk van de Franse auteur Chrétien de Troyes ("Conte du Graal") maar noemt ook nog een andere bron, een zekere "Kyot", een mysterieuze figuur waarover zo goed als niets geweten is. Rahn besluit er zijn doctoraatsthesis aan te wijden.

Zijn plannen worden doorkruist door de crash van Wall Street. In geen tijd zijn er in Duitsland zes miljoen werklozen en jonge intellectuelen als Otto Rahn zijn bij de eerste slachtoffers. Noodgedwongen verlaat hij zijn land en trekt in eerste instantie naar Zwitserland waar hij allerlei baantjes aanneemt om te overleven.
Hij blijft wel voeling houden met artistieke en literaire kringen en belandt uiteindelijk in Parijs waar hij de schrijver Maurice Magre ontmoet. Via Magre komt hij in contact met Antonin Gadal en de groep rond Montségur. Rahn besluit zijn studie verder te zetten in de Ariège. Na een eerste kort bezoek in 1930 zal hij er in 1931 en 1932 een aantal maanden verblijven.

Gadal neemt Rahn onder zijn hoede en introduceert hem in het esoterische en intellectuele kringetje rond Montségur. De Duitser richt zijn onderzoek eerst op die burcht, maar onder invloed van Gadal spitst hij zich stilaan toe op de grotten in de Ariègevallei. Gadal fungeert als zijn mentor en geeft hem inzage in zijn onderzoeksresultaten en zijn bibliotheek.

Aan die periode komt bruusk een einde in 1932. Rahn's financiële toestand is zo penibel geworden dat hij failliet wordt verklaard. Hij ontvlucht de streek en trekt uiteindelijk terug naar Duitsland waar in 1933 zijn boek "Kreuzzug gegen den Gral" verschijnt, een jaar later gevolgd door de Franse vertaling "Croisade contre le Graal". De verkoop is allesbehalve schitterend maar het boek valt wel in de smaak van Heinrich Himmler. Otto Rahn wordt toegevoegd aan de persoonlijke staf van de "Reichsführer S.S.", aanvankelijk bij het burgerpersoneel, maar zeer snel wordt hij officier in de elite-eenheid "Leibstandarte S.S. Adolf Hitler".

De S.S. voorziet hem van de nodige middelen om verder te werken en in 1937 verschijnt een nieuw boek "Luzifers Hofgesind" (pas na de oorlog in het Frans vertaald als "La Cour de Lucifer"), dat nog minder succes kent als het eerste.

In 1939 raakt hij in moeilijkheden. Hij heeft een drankprobleem en dat wordt door de SS niet getolereerd. Tweemaal wordt hij op stage gestuurd naar een concentratiekamp (Dachau en Buchenwald). Na een uitgebreid administratief onderzoek, waarbij hij er niet in slaagt een attest van "raszuiverheid" voor te leggen, verzoekt hij om ontslag uit de S.S. Kort daarop komt hij op geheimzinnige manier om het leven op een gletsjer in de buurt van Kufstein.
Van zijn overlijden is in de bevolkingsregisters geen spoor terug te vinden.
Vreemd...

De theorieën van Rahn, zoals die tot uiting komen in zijn eerste boek, zijn voor het grootste deel gebaseerd op die van Antonin Gadal. Maar hij geeft er wel een persoonlijke toets aan.

Voor Otto Rahn staat het vast dat Montségur de graalburcht Montsalvatge is en dat de katharen de bewakers waren van de Graal. Hij gaat zelfs zover de link te leggen tussen Parsifal en burggraaf Trencavel van Carcassonne: één en dezelfde persoon!

Tijdens de belegering van Montségur werd de Graal uit de burcht gesmokkeld en overgebracht naar de grotten van de Ariège. Hier duikt weer het verhaal op dat we kennen van Gadal: de grot van Lombrives als een immense ondergrondse kathaarse kathedraal waar bisschop Amiel Aicard resideert. Ook de legende van de 500 ingemetselde katharen duikt weer op. Dat verhaal is intussen via boeken en krantenartikels zo goed ingeburgerd dat het zonder meer als historische waarheid wordt aangenomen. Nochtans waren er toen al verscheidene goed onderbouwde wetenschappelijke studies gepubliceerd waaruit duidelijk blijkt dat de menselijke resten in de grotten van prehistorische oorsprong zijn. Gadal kent die studies (Christian Bernadac heeft ze in zijn bibliotheek zien staan) maar negeert ze. Rahn neemt bijna woord voor woord zijn theorieën over.

Net zoals Gadal aarzelt Rahn niet de geschiedenis "een beetje te helpen". Zo heeft hij het over "kathaarse graffiti" in de grot van Lombrives. Welnu er zijn geen kathaarse graffiti in Lombrives. Hoe we dat zo zeker weten? Omdat de graffiti van Lombrives in de jaren 1930 uitvoerig zijn onderzocht en opgetekend door Abbé André Glory. Uit zijn onderzoek blijkt dat de meeste exemplaren die als "kathaars" worden bestempeld in werkelijkheid uit de ijzertijd dateren. Maar dat is nog niet alles. Er bleken "op mysterieuze wijze" kathaarse graffiti bij te komen! De schepper van deze middeleeuwse kunst werd op zekere dag betrapt door Joseph Mandement, een collega van Gadal uit Tarascon. De naam van de "kunstenaar"? Otto Rahn!

Tekenend voor Rahn is dat hij de christelijke inbreng in de kathaarse religie minimaliseert. Het katharisme heeft volgens hem vooral een Keltische en Germaanse oorsprong en is gebaseerd op de heidense leer van de druïden. Door contact met inwijkelingen uit het Oosten die allerlei invloeden meebrachten (manicheïsme, gnostiek, hindoeïsme, enz...) onstond uiteindelijk de dualistische leer van de katharen en Albigenzen (Rahn maakt een onderscheid tussen de twee).

In zijn tweede boek gaat hij nog verder in die richting. De invloed van Himmler zal daar zeker zijn rol gespeeld hebben. Op die manier werd "bewezen" dat de katharen (die als "bewakers van de Graal" nauw aan het hart lagen van de esoterische kringen binnen het nazisme) voortkwamen uit het "Germaanse heidendom" en niet uit de christelijke (en dus oorspronkelijk joodse) leer.

Er kan zonder meer gesteld worden dat "Luzifers Hofgesind" een anti-semitisch boek is. Gezien Rahn deel uitmaakte van de persoonlijke staf van Himmler is dat nauwelijks verwonderlijk. "Het Oude Testament werd door joden geschreven en door de katharen verworpen." Is het Otto Rahn die hier spreekt of zijn "opdrachtgever", Heinrich Himmler?

Zeker is dat "Luzifers Hofgesind" niet wordt geäpprecieerd door Rahn's kennissen in de Ariège. Op een Franse vertaling is het trouwens wachten tot 1974, wanneer "La Cour de Lucifer" verschijnt in een (wat bewerkte) vertaling van René Nelli.
Zoals Déodat Roché het verwoordt: "Rahn heeft twee maal verraad gepleegd: ten eerste tegenover zijn vrienden in Frankrijk, wat niet zó erg is, en ten tweede tegenover de katharen, wat onvergeeflijk is..."

Was Otto Rahn echt degene voor wie hij zich uitgaf? De onderzoeker, de student, die pas na zijn verblijf in Zuid-Frankrijk en na het verschijnen van "Kreuzzug gegen den Gral" willens nillens in de "tentakels" van de S.S. belandde?

Als je zijn levensverhaal bestudeert (en Christian Bernadac heeft dat zeer uitgebreid gedaan) kan je niet anders dan je vragen gaan stellen.

Laten we beginnen met zijn verblijf in de Ariège. Rahn is straatarm, heeft geen vast inkomen maar geeft zich uit als journalist en schrijver alhoewel hij dan nog geen letter gepubliceerd heeft. Wie betaalde zijn reis?
In "Kreuzzug..." lezen we deze, wat mysterieuze, zin: "... dank zij bepaalde onverwacht gunstige omstandigheden kreeg ik de mogelijkheid een reis te maken naar de Pyreneeën met Montségur als doel..." Over welke "omstandigheden" Rahn het hier heeft komen we niet te weten...

Toch zal hij in Ussat voor een vast inkomen proberen te zorgen op een nogal spectaculaire manier: Rahn stort zich in de horeca en neemt het hotel-restaurant "Les Marronniers" over. Ook dat is uiteraard niet gratis, buiten de huurprijs moet hij nog zes personeelsleden betalen. Bovendien lezen we in zijn contract dat hij "binnen de twee jaar" moet zorgen voor "warm en koud stromend water en centrale verwarming" op zijn kosten...

In die periode duiken er allerlei "vreemde" figuren op in Ussat-les-Bains, figuren die Rahn dan toevallig (?) tegen het lijf loopt en blijkt te kennen. De bekendste van hen is een zekere Nat Wolff, een Amerikaans fotograaf, geboren in Rochester op 11 februari 1893. Dat staat tenminste op één van zijn paspoorten. Volgens een ander is zijn geboortedatum 21 maart 1895. Bovendien wordt deze "Amerikaan" door iedereen "Karl" genoemd en spreekt hij vrijwel geen Engels...

Deze vreemde vogels vergezellen Rahn op zijn tochten door de omgeving. Een getuigenis van een inwoner van Ussat, toen negentien jaar oud, die soms als gids meeging is in dit opzicht verhelderend. Op een bepaalde dag waren de grotten van Sakany doel van de tocht. Als bij toeval liep de weg voorbij de belangrijke aluminiumfabriek van Sabart (Péchiney). De grotten hebben ze niet gezien, de fabriek daarentegen werd vanuit alle mogelijke hoeken gefotografeerd...

Het staat zo goed als vast dat Otto Rahn in de Ariège een steunpunt (een zgn. "brievenbus" zoals dat in het jargon heet) vormde voor mensen die op één of andere manier met spionage te maken hadden. Ook de Sûreté nationale voerde een onderzoek naar hem (ook naar Wolff en een aantal anderen) dat uiteindelijk zal uitmonden in een uitwijzingsbevel. Het hotel-restaurant "Les Marronniers" past perfect in dat plaatje. De voorgevel geeft uit op de route nationale, de achtergevel op een bergpad.

De zaak lijkt een paar maanden behoorlijk te draaien, maar Rahn is duidelijk niet in de wieg gelegd voor hoteluitbater. Uiteindelijk kan hij zijn schulden niet meer betalen en op 6 oktober 1932 wordt hij door de handelsrechtbank van Foix failliet verklaard. Maar de vogel is gevlogen en zal niet meer in Ussat terugkeren. Al blijft hij tot in 1935 sporadisch corresponderen met Antonin Gadal.

In 1934 verschijnt "Kreuzzug gegen den Gral" in Duitsland, een Franse vertaling "Croisade contre le Graal" volgt later. Geen van beiden kent een groot succes maar de Duitse versie krijgt in nationaal-socialistische kringen al snel een "cult-status".

In 1936 wordt Otto Rahn officieel ingelijfd bij de S.S., in 1937 wordt hij bevorderd tot onderluitenant, in 1938 tot luitenant ("Obersturmführer"). Een blitz-carrière. Toch zijn er aanwijzingen dat Rahn al veel vroeger bekeerd was tot het nationaal-socialistisch gedachtengoed. Getuigenissen van mensen die hem in Ussat gekend hebben bevestigen dat hij ook toen al de zogenaamde "nazi-idealen" verdedigde. Maar tussen een ideaal en de realisatie daarvan zit dikwijls een diepe kloof. In 1938 komt hij in problemen. Het is niet denkbeeldig dat de "stages" in de vernietigingskampen van Dachau en Buchenwald zijn ogen hebben geopend en dat hij toen pas beseft heeft waar zijn "nazi-idealen" toe konden leiden. Hij krijgt een drankprobleem en raakt in conflict met zijn oversten. Wanneer er een uitgebreid administratief onderzoek naar hem gevoerd wordt, slaagt hij er niet in een zgn. attest van rasuiverheid voor te leggen. Want dat is de ironie van het lot: Rahn is langs moederszijde van joodse afkomst.

In maart 1939 komt hij om op een gletsjer, alles wijst in de richting van zelfmoord...

Maar daarmee is het "mysterie Rahn" nog niet van de baan. In de bevolkingsregisters vinden we geen enkel spoor van zijn overlijden. De enige bronnen daarvoor zijn een memo van de S.S. en een brief van zijn vader aan de Duitse schrijversbond.

Tijdens de oorlogsjaren duikt er een Duits diplomaat op die Rudolph Rahn heet maar soms ook "Otto Rahn" wordt genoemd... Liefhebbers van detectiveverhalen verwijzen we naar het boek van Christian Bernadac.
En het is nog niet gedaan. In 1985 krijgt Bernadac een "Ausweis" in handen, uitgeschreven in 1938 in Berlijn op naam van Otto Rahn. Alle gegevens kloppen, de handtekeningen kloppen alleen... de foto klopt niet. Nochtans is er een reliëfstempel op aangebracht waar vrijwel zeker niet mee geknoeid is...

Als we één conclusie kunnen trekken, dan is het wel deze: over Otto Rahn is het laatste woord nog lang niet gezegd!

Meer weten over Otto Rahn?
Lees "Montségur et le Graal: le mystère Otto Rahn" van Christian Bernadac, uitg. France Empire, Parijs 1994 en ook "Catharisme: l'édifice imaginaire", uitg. Centre d'Etudes Cathares, Carcassonne 1998.
En natuurlijk "Croisade contre le Graal" en "La Cour de Lucifer", beiden uitgegeven door Pardès, Puiseaux; in het Duits: "Kreuzzug gegen den Gral", Arun - 2000.